Skip to content

Hoe ziet een workshop er uit?

Hoe ziet een workshop er uit?

Hoe ziet zo een workshop er uit?

 

De honden en hun baasje komen om de beurt op het ‘dock’ (de steiger). De hond laten we eerst óp het dock zijn speeltje apporteren; spelenderwijs bewegen we daarna langzaam richting het water. Dat doen we om de hond te laten wennen aan het dock (dat wiebelt, is hoog, is spannend) en om te zien hoe de hond reageert en beweegt. Eventuele stress signalen pikken we daarmee gemakkelijk op; bij sommige honden kan het wat sneller, bij andere doen we hier wat langer over.


Bij de waterkant zit in eerste instantie een extra (verlaagd) afstapje (wij noemen dat het verlagingsplateau), waardoor de hond bijna op dezelfde hoogte als het water staat. Van daaruit wordt de hond het water in gelokt met het speeltje. In principe doet de eigenaar van de hond alles (en geeft instructeur 1 aanwijzingen), maar er is ook een duiker ín het water (instructeur 2). Die kan de hond ook extra motiveren met een balletje of speeltje en maakt er echt een spelletje van voor de hond. Eenmaal gesprongen, begeleidt de duiker de hond weer naar de uitgang. Daarom is het belangrijk dat de hond een halsband of tuigje draagt en dat de hond niet mensenschuw is.
Na enkele sprongen (of pogingen) is de volgende hond aan de beurt, de honden wisselen elkaar af op hoog tempo.
In de volgende ronde starten de honden die dat nog nodig hebben wederom via het plateau (*), maar dan veel sneller. Na die ronde wordt het plateau weggehaald en wordt het nog spectaculairder, want vanaf dan vlíegen de honden!

(*) Het kan zijn dat sommige honden het plateau juist níet nodig hebben, en andersom kan het zijn dat andere honden niets meer zullen gaan doen zonder dat plateau. Wij zorgen er echter voor dat alle honden ongeveer evenveel tijd op het dock hebben. Het aantal rondes dat een hond springt, verschilt dus. De gemiddelde tijd per hond echter vrijwel niet.

Naast oefenen óp het dock, wordt separaat ook geoefend in het werpen. Dat doen we ‘op het droge’. Door goed én tijdig te werpen, gaat de hond beter en veel verder springen.

Let op: De sport is niet geschikt voor bang aangelegde of terughoudende honden. Is je hond niet blij met andere mensen dichtbij in de buurt? Vindt jouw hond vreemde situaties héél spannend? Vraag je dan vooral eerst af of je jouw hond een plezier doet met deze sport en overleg even met ons. Een instructeur die in het water staat, begeleidt de hond namelijk aan de halsband naar de uitgang en komt daardoor heel dichtbij je hond. De hond moet reeds kunnen zwemmen (we zijn geen zwemschool), moet minimaal 15 maanden oud zijn (daar wijken we niet van af) en moet dus ook sociaal handelbaar zijn.

De reden waarom wij 15 maanden hanteren is tweeledig. Allereerst stellen we die grens omdat jongere honden, zelfs na 12 maanden, nog in de groei zijn. Van een kleine blessure (bijvoorbeeld uitglijden bij de afsprong) kan zo’n hond levenslang last houden, doordat hij tijdens de verdere groei anders gaat bewegen. De andere reden is dat jonge honden het nog heel spannend kunnen vinden. Iets oudere honden gaan veel gemakkelijker het water in en hen doe je er ook veel meer een plezier mee.

De meeste honden vinden het geweldig, echter…  Niet iedere hond zal uiteindelijk springen. We geven dus geen ‘springgarantie’, maar…. we maken er sowieso een feestje van!

Denk aan het meenemen van een handdoek, (drijvend) speeltje en een halsband of tuigje.
Uittreklijnen mag je thuislaten, prik-/slip-kettingen of schokbanden moet je thuis meteen weggooien.


En vooral… denk om je hond. Díe moet het leuk vinden, niet jij 😉